Iedere toerist op Vlieland kende flexibele duizendpoot Lolkje (89) van Het Zeepaardje

Levensgeluk zit in eenvoudige dingen. Lolkje Dijkstra-Hoogenberg wist dat maar al te goed. Als de altijd vrolijke Mevrouw Dantuma, stond de winkelvrouw vakantievierend Vlieland ten dienste. Blij, opgewekt en monter. Ook als het zwaar was. Want kleine wondertjes zijn er altijd. Zoals Cupido die haar op haar 75ste hoteldebotel liet blozen.
Ze moet over toverkracht hebben beschikt. Dat kan bijna niet anders. Hoe fikste Lolkje Dantuma-Hoogenberg het anders om op hoogtijdagen, als de winkelbel van Het Zeepaardje maar doorrinkelde en toeristen samendromden in de Vlielander zaak, tussen de middag een warm maal voor haar vier jongens en man op tafel te zetten?
Hoe deed ze dat, vragen zonen Jouke en Willem zich nu af. Hun moeder – ze overleed op 4 mei, 89 jaar oud – was een flexibele duizendpoot. Een montere doorpakker met een immer goed humeur.
IJscokar op het Zaailand
Op 26 augustus 1935 werd Lolkje geboren aan de Camstraburen bij de Dokkumer Ee. Ze komt uit een schippersgeslacht. Haar grootouders voeren met een trekschuit turf aan uit Drenthe. De familie streek uiteindelijk neer in Leeuwarden, waar haar vader de kost verdiende met een ijscokar op het Zaailand.
Lolkje was vijf jaar toen de oorlog uitbrak. Ze kreeg geelzucht en haar school werd gebombardeerd. Een periode die diepe indruk maakte, maar waarover ze zwijgzaam was. Want: wat geweest is, is geweest. Boek dicht en door.
Als tiener zat ze bij de baptistenjeugd. Daar trof ze Willem Frederik Dantuma. De man met wie ze het leven instapte. Het paar trouwde in 1956 en ging in een caravan wonen naast de vliegbasis.
Hij zat in het familiebedrijf: een trommelvellenfabriek. Maar toen die productie door de tijd werd ingehaald, besloten Lolkje en Willem hun eigen pad te kiezen. Ze vertrokken met hun jonge gezin – van toen drie zonen – naar hun geliefde Vlieland. Daar kochten ze een huis aan de Dorpsstraat en begonnen een winkel in van alles. Het was begin jaren ‘60, het toerisme ontlook op het Waddeneiland.
Het Zeepaardje
Bij Het Zeepaardje, zoals de Dantuma’s hun zaak noemden, haalden vakantiegasten hun krant. Een gekkenhuis. Ze stonden bij bosjes voor de deur met bonnen van hun abonnement. Hier kochten toeristen stapels ansichtkaarten van de knalrode Vlielander vuurtoren. Trakteerden ze hun kroost op een vlieger, schepjes en emmers voor op het strand. Schaften ze souvenirs aan en opgezette eilanddieren. Tussen de snuisterijen stonden ook opgezette fazanten, eidereenden, krabben en kokmeeuwen. Een hobby en handeltje van Willem.
Spin in het web was ‘Mevrouw Dantuma’, zoals Lolkje op het eiland bekend stond. Ze was altijd vrolijk, had een vriendelijk woord voor elk, regelde alles en hield de boel bij elkaar. In de zaak en in het gezin. Ze was ondernemend en in voor gekke dingen, herinneren Jouke en Willem zich. „Als we een vlot bouwden, wilde zij het als eerste uitproberen.”
Geen vetpot
Zorgen waren er ook. De seizoensnering was geen vetpot. Zodra de zomer voorbij was en de gasten het eiland hadden verlaten was het sappelen om rond te komen. Willem verdiende bij in de bouw en visserij, maar Lolkje moest goed op de centen passen.
De Dantuma’s hoorden erbij op het eiland, maar werden nooit echte Vlielanders. Ze weken af, onder meer door hun geloof. Als baptisten ging het gezin regelmatig op zondag naar de wal om de dienst in Leeuwarden bij te wonen. Ook de grofgebektheid en het rijkelijke drankgebruik van de eilanders, maakte dat Lolkje nooit echt integreerde. Haar positieve inborst was gestoeld op haar geloof. De Here regelt het, daarin had ze een rotsvast vertrouwen.
Toen halverwege de jaren ‘90 Willems gezondheid wankel werd, besloten ze terug te gaan naar de wal. Terug naar Leeuwarden. Het Zeepaardje, dat hen dertig jaar een eilander leven had gegeven, werd verkocht.
In 2003 overleed haar echtgenoot. En in 2017 haar zoon Klaas. Ondanks het gemis en diepe verdriet, richtte Lolkje zich op. Doorzetten, niet opgeven, op karakter. Opgewekt blijven, vertrouwen houden en nooit uit het oog verliezen hoe mooi het leven is. Want dat zit, hoe zwaar en moeilijk het soms is, vol wondertjes.
Hotel de botel
Zo’n klein mirakel overkwam haar bijvoorbeeld in de herfst van haar leven. Het was op een zondag in 2010 toen ze hem tijdens de dienst in de baptistenkerk opeens zag zitten: Hille Dijkstra. Ze kreeg het spontaan warm en kon nog steeds blozen. Hille: een oude jeugdvriend. Daar was-ie weer. Hoteldebotel vertelde ze het aan haar kinderen.
Hij was ook op de baptisten-jeugdmeeting waar Lolkje verkering kreeg met Willem en staat zelfs een rij verder op de groepsfoto van destijds. Liefde vlamde op bij de senioren die beide hun partners waren verloren. „We doen rustig aan hoor”, zei Lolkje die blije zomer nog tegen haar kinderen. Maar met kerst werd de verloving aangekondigd en niet lang daarna werd er officieel getrouwd met alles erop en eraan. Mevrouw Dantuma werd Dijkstra.
Ze beleefden, voordat Alzheimer hen beide wegdreef, nog tien mooie jaren samen. Het stel trok er graag op uit. Toeren over de Friese wegen was hun lust en hun leven. Zeker 200.000 kilometer klokten Hille en Lolkje in hun autootje. Van Appelscha tot Lauwersoog en van de Alde Feanen naar de Waddendijk. Genieten van de kleine dingen. Een kopje koffie onderweg, een ooievaar op zijn nest. Levensgeluk zit in eenvoud.
Bron: Leeuwarder Courant, 5 juni 2025. Foto: Familie Dantuma